afgezant
zelfstandig naamwoord ˈɑfxəzɑntBetekenis
- iemand die als officiële vertegenwoordiger naar een andere partij gestuurd wordt
Hoe spreek je afgezant uit?
/ˈɑfxəzɑnt/
Afgezant bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| f | fiets |
| x | acht |
| ə | de |
| z | zon |
| n | nek |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| afgezanten | meervoud |
| afgezantje | verkleinwoord, enkelvoud |
| afgezantjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘(van staatswege) afgevaardigde’ voor het eerst aangetroffen in 1637
Woordfamilie van afgezant
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| afgezanten | meervoud | afgezant |
| afgezantje | verkleinwoord | afgezant |
| afgezantjes | verkleinwoord meervoud | afgezant |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afgezant zijn vastgelegd.