afgestudeerde
werkwoord, bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoord ˈɑfxəstyˌderdəBetekenis
- persoon die een opleiding met succes heeft afgerond
Hoe spreek je afgestudeerde uit?
/ˈɑfxəstyˌderdə/
Afgestudeerde bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| f | fiets |
| x | acht |
| ə | de |
| s | sok |
| t | tak |
| y | fuut |
| d | dak |
| e | veel |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Woordvorm
- verbogen vorm van afgestudeerd, voltooid deelwoord van afstuderen
Vervoeging van afgestudeerde
afgestudeerdehele werkwoord
Woordvorm
- verbogen vorm van de stellende trap van afgestudeerd
zelfstandig naamwoord
- iemand die een opleiding met succes heeft afgerond person
Herkomst
ww afgestudeerd ww met de uitgang -e
Woordfamilie van afgestudeerde
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| afgestudeerden | meervoud | afgestudeerde |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afgestudeerde zijn vastgelegd.