afbreukrisico
zelfstandig naamwoord ˈɑvbrøkˌrizikoBetekenis
- van een beroep: dat je een grote kans loopt zodanig te mislukken dat je je werk moet staken
Hoe spreek je afbreukrisico uit?
/ˈɑvbrøkˌriziko/
Afbreukrisico bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| v | vis |
| b | bak |
| r | rood |
| ø | deur |
| k | kat |
| i | riet |
| z | zon |
| o | boot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — neuter
- van een beroep: de kans die je hebt om zodanig te mislukken dat je je werk moet staken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| afbreukrisico's | meervoud |
Herkomst
samenstelling van afbreuk zn en risico zn
Woordfamilie van afbreukrisico
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| afbreukrisico's | meervoud | afbreukrisico |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afbreukrisico zijn vastgelegd.