achterligger
zelfstandig naamwoord ˈɑxtərˌlɪɣərBetekenis
- degene die een achterstand heeft in een wedstrijd
- voertuigen die direct achter een ander voertuig aan rijden
Hoe spreek je achterligger uit?
/ˈɑxtərˌlɪxər/
Achterligger bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| x | acht |
| t | tak |
| ə | de |
| r | rood |
| l | land |
| ɪ | pit |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| achterliggers | meervoud |
| achterliggertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| achterliggertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van achterliggen met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van achterligger
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| achterliggers | meervoud | achterligger |
| achterliggertje | verkleinwoord | achterligger |
| achterliggertjes | verkleinwoord meervoud | achterligger |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van achterligger zijn vastgelegd.