achterhoofdsbeen
zelfstandig naamwoordBetekenis
- één van de beenderen van de schedel
zelfstandig naamwoord — neuter
- een van de beenderen van de schedel
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| achterhoofdsbeenderen | meervoud |
| achterhoofdsbeentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| achterhoofdsbeentjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van achterhoofd en been met het invoegsel -s-
Woordfamilie van achterhoofdsbeen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| achterhoofdsbeenderen | meervoud | achterhoofdsbeen |
| achterhoofdsbeentje | verkleinwoord | achterhoofdsbeen |
| achterhoofdsbeentjes | verkleinwoord meervoud | achterhoofdsbeen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van achterhoofdsbeen zijn vastgelegd.