achtbaan
zelfstandig naamwoord /ˈɑxtbaːn/Betekenis
- een attractie met een karretje dat over een baan met bochten, stijgingen en dalingen rijdt
Hoe spreek je achtbaan uit?
/ˈɑxtban/
Achtbaan bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| x | acht |
| t | tak |
| b | bak |
| a | maan |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- een attractie (meestal op de kermis) bestaand uit een karretje dat over een baan met bochten, stijgingen en dalingen rijdt
- een opeenvolgende reeks gevoelens en emoties, vaak beurtelings positief en negatief figuratively
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| achtbaantje | verkleinwoord, enkelvoud |
| achtbaantjes | verkleinwoord, meervoud |
| achtbanen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van acht en baan
Woordfamilie van achtbaan
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| achtbaantje | verkleinwoord | achtbaan |
| achtbaantjes | verkleinwoord meervoud | achtbaan |
| achtbanen | meervoud | achtbaan |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van achtbaan zijn vastgelegd.