accountant
zelfstandig naamwoord əˈkɑuntəntBetekenis
- iemand die zijn beroep maakt van het inrichten en controleren van boekhoudingen en administraties
- boekhouder
Hoe spreek je accountant uit?
/əˈkɑuntənt/
Accountant bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ə | de |
| k | kat |
| ɑu | koud |
| n | nek |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| accountantje | verkleinwoord, enkelvoud |
| accountantjes | verkleinwoord, meervoud |
| accountants | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘rekeningkundige’ voor het eerst aangetroffen in 1897
Woordfamilie van accountant
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| accountantje | verkleinwoord | accountant |
| accountantjes | verkleinwoord meervoud | accountant |
| accountants | meervoud | accountant |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van accountant zijn vastgelegd.