abraham
zelfstandig naamwoord /ˈɑbrahɑm/Betekenis
- pop die Abraham voorstelt, gegeven aan mannen die vijftig jaar worden, gemaakt van brooddeeg, speculaas of ander materiaal; oorsprong is vermoedelijk een interpretatie van Joh. 8:57 waarbij iemand die vijftig jaar is, Abraham gezien zou hebben
Hoe spreek je abraham uit?
/ˈɑbrahɑm/
Abraham bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| b | bak |
| r | rood |
| a | maan |
| h | hoed |
| m | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- pop die Abraham voorstelt, gegeven aan mannen die vijftig jaar worden, gemaakt van brooddeeg, speculaas of ander materiaal
- vijftig jaar oude man
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| abrahammetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| abrahammetjes | verkleinwoord, meervoud |
| abrahams | meervoud |
Herkomst
eponiem dat verwijst naar de Bijbelse figuur Abraham, de vernederlandste vorm van Hebreeuws אַבְרָהָם en (avraham), gespeld met een kleine letter volgens spellingregel 16.C De oorsprong is vermoedelijk een interpretatie van Joh. 8:57 waarbij iemand die vijftig jaar is, Abraham gezien zou hebben
Woordfamilie van abraham
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| abrahammetje | verkleinwoord | abraham |
| abrahammetjes | verkleinwoord meervoud | abraham |
| abrahams | meervoud | abraham |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van abraham zijn vastgelegd.