abortus
zelfstandig naamwoord /ɑ'bɔrtəs/Betekenis
- een opzettelijk afgebroken zwangerschap, abortus provocatus
- een spontane miskraam
abortus in een zin
- Ze besprak de mogelijkheid van een abortus met haar huisarts.
- De wetgeving rond abortus verschilt sterk per land.
- Na de abortus kreeg ze een gesprek met een verpleegkundige.
Let op: In het meervoud verdubbelt de s: abortussen.
Hoe spreek je abortus uit?
/ɑˈbɔrtəs/
Abortus bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| b | bak |
| ɔ | bot |
| r | rood |
| t | tak |
| ə | de |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| abortusje | verkleinwoord, enkelvoud |
| abortusjes | verkleinwoord, meervoud |
| abortussen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘ontijdige geboorte, miskraam’ voor het eerst aangetroffen in 1663
Woordfamilie van abortus
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| abortusje | verkleinwoord | abortus |
| abortusjes | verkleinwoord meervoud | abortus |
| abortussen | meervoud | abortus |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van abortus zijn vastgelegd.