aasemmer
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een bak waarin een visser zijn levende aasvissen bewaart
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| aasemmers | meervoud |
| aasemmertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| aasemmertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van aas zn en emmer zn
Woordfamilie van aasemmer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aasemmers | meervoud | aasemmer |
| aasemmertje | verkleinwoord | aasemmer |
| aasemmertjes | verkleinwoord meervoud | aasemmer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aasemmer zijn vastgelegd.