aansprakelijkheidsverzekering
zelfstandig naamwoord anˈsprakələkˌhɛitsfərˌzekərɪŋBetekenis
- een verzekering tegen aansprakelijkheidsgevolgen
Hoe spreek je aansprakelijkheidsverzekering uit?
/anˈsprakələkˌhɛitsfərˌzekərɪŋ/
Aansprakelijkheidsverzekering bestaat uit negen lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| n | nek |
| s | sok |
| p | pak |
| r | rood |
| k | kat |
| ə | de |
| l | land |
| h | hoed |
| ɛi | trein |
| t | tak |
| f | fiets |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord
- overeenkomst waarbij je premie betaalt aan een verzekeraar zodat die zal betalen voor schade die je per ongeluk veroorzaakt of waarvoor je verantwoordelijk wordt gehouden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| aansprakelijkheidsverzekeringen | meervoud |
| aansprakelijkheidsverzekeringetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| aansprakelijkheidsverzekeringetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van aansprakelijkheid zn en verzekering zn met het invoegsel -s-
Woordfamilie van aansprakelijkheidsverzekering
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aansprakelijkheidsverzekeringen | meervoud | aansprakelijkheidsverzekering |
| aansprakelijkheidsverzekeringetje | verkleinwoord | aansprakelijkheidsverzekering |
| aansprakelijkheidsverzekeringetjes | verkleinwoord meervoud | aansprakelijkheidsverzekering |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aansprakelijkheidsverzekering zijn vastgelegd.