aanmatigen
werkwoord ˈanmatəɣə(n)Betekenis
- op een vaak pedante manier op onpassende of wederrechtelijke wijze aanspraak maken op iets
Hoe spreek je aanmatigen uit?
/ˈanmatəxən/
Aanmatigen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| n | nek |
| m | maan |
| t | tak |
| ə | de |
| x | acht |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van aanmatigen
aanmatigenhele werkwoord — aangematigdvoltooid deelwoord
Alle 15 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| aangematigd | verleden tijd, deelwoord |
| matig u/je aan, matigt je aan | gebiedende wijs |
| matigde aan | verleden tijd |
| zal me aanmatigen | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal zich aanmatigen | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je aanmatigen | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich aangematigd hebben | verleden tijd |
| zich aanmatigend | onvoltooid, deelwoord |
| zullen je aanmatigen | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen ons aanmatigen | eerste persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen zich aanmatigen | derde persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zult u aanmatigen | tweede persoon |
| zult u aanmatigen | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zult zich/u aanmatigen | tweede persoon |
| zult zich/u aanmatigen | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘,(zich) wederrechtelijk aanspraak maken op’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1658
Woordfamilie van aanmatigen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aangematigd | voltooid deelwoord | aanmatigen |
| aangematigde | woordvorm | aanmatigen |
| aanmatig | with-subordinate-clause | aanmatigen |
| aanmatigde | with-subordinate-clause | aanmatigen |
| aanmatigden | with-subordinate-clause | aanmatigen |
| aanmatige | with-subordinate-clause | aanmatigen |
| aanmatigt | with-subordinate-clause | aanmatigen |
| matig aan | woordvorm | aanmatigen |
| matigde aan | verleden tijd | aanmatigen |
| matigden aan | woordvorm | aanmatigen |
| matige aan | woordvorm | aanmatigen |
| matigen aan | woordvorm | aanmatigen |
| matigt aan | woordvorm | aanmatigen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanmatigen zijn vastgelegd.