aanbiddelijk
bijvoeglijk naamwoord amˈbɪdələkBetekenis
- waard om aanbeden te worden
Hoe spreek je aanbiddelijk uit?
/amˈbɪdələk/
Aanbiddelijk bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| m | maan |
| b | bak |
| ɪ | pit |
| d | dak |
| ə | de |
| l | land |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| aanbiddelijke | verbogen, stellende trap |
| aanbiddelijker | onverbogen, vergrotende trap |
| aanbiddelijkere | verbogen, vergrotende trap |
| aanbiddelijkers | partitief, vergrotende trap |
| aanbiddelijks | partitief, stellende trap |
| aanbiddelijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| aanbiddelijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
Naamwoord van handeling van aanbidden met het achtervoegsel -lijk met het invoegsel -e-
Woordfamilie van aanbiddelijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aanbiddelijke | verbogen vorm | aanbiddelijk |
| aanbiddelijker | vergrotende trap | aanbiddelijk |
| aanbiddelijkere | verbogen vergrotende trap | aanbiddelijk |
| aanbiddelijkers | partitieve vergrotende trap | aanbiddelijk |
| aanbiddelijks | partitive, positive | aanbiddelijk |
| aanbiddelijkst | uninflected, superlative | aanbiddelijk |
| aanbiddelijkste | inflected, superlative | aanbiddelijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanbiddelijk zijn vastgelegd.