a priori
zelfstandig naamwoord, bijwoord ˌapriˈjoriBetekenis
- wat van tevoren vaststaat
- zonder voorafgaande zintuiglijke waarneming gebaseerd op rede, bij voorbaat, van tevoren
Hoe spreek je a priori uit?
/ˌapriˈjori/
A priori bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| p | pak |
| r | rood |
| i | riet |
| j | ja |
| o | boot |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| a priori's | meervoud |
| a priorietje | verkleinwoord, enkelvoud |
| a priorietjes | verkleinwoord, meervoud |
bijwoord
- zonder voorafgaande zintuiglijke waarneming gebaseerd op rede, bij voorbaat, van tevoren. Het gaat om een soort kennis die de ervaring 'vooraf' gaat. Het tegengestelde is a posteriori
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘bijwoord: vooraf’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1658
Woordfamilie van a priori
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| a priori's | meervoud | a priori |
| a priorietje | verkleinwoord | a priori |
| a priorietjes | verkleinwoord meervoud | a priori |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van a priori zijn vastgelegd.