zomerpostzegel
zelfstandig naamwoord /'zomərpɔseɣəl/Betekenis
- één van een serie bijzondere zegels met toeslag voor een goed doel die jaarlijks door de Nederlandse posterijen wordt uitgegeven.
- tweede betekenisomschrijving.
- enz.
Hoe spreek je zomerpostzegel uit?
/ˈzomərpɔsexəl/
Zomerpostzegel bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| o | boot |
| m | maan |
| ə | de |
| r | rood |
| p | pak |
| ɔ | bot |
| s | sok |
| e | veel |
| x | acht |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- elk uit een serie bijzondere zegels met toeslag voor een goed doel die jaarlijks door de Nederlandse posterijen wordt uitgegeven.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zomerpostzegels | meervoud |
Herkomst
samenstelling van zomer en postzegel
Woordfamilie van zomerpostzegel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zomerpostzegels | meervoud | zomerpostzegel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zomerpostzegel zijn vastgelegd.