zomergoed
zelfstandig naamwoordBetekenis
- meest eenjarige, bloeiende planten die voor de zomer in de tuin geplant worden
- winkelgoederen die bedoeld zijn voor het gebruik in de zomer
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zomergoederen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van zomer en goed
Woordfamilie van zomergoed
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zomergoederen | meervoud | zomergoed |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zomergoed zijn vastgelegd.