zittingsdatum
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de datum waarop een rechtbank een zaak behandelt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zittingsdata | meervoud |
| zittingsdatums | meervoud |
Herkomst
samenstelling van zitting zn en datum zn met het invoegsel -s-
Woordfamilie van zittingsdatum
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zittingsdata | meervoud | zittingsdatum |
| zittingsdatums | meervoud | zittingsdatum |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zittingsdatum zijn vastgelegd.