zittend
werkwoord, bijvoeglijk naamwoord /ˈzɪtənt/Betekenis
- op het achterste rustend met het bovenlichaam rechtop
- met weinig lichaamsbeweging
- in functie zijnd
Hoe spreek je zittend uit?
/ˈzɪtənt/
Zittend bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| ɪ | pit |
| t | tak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Woordvorm
- onvoltooid deelwoord van zitten
Vervoeging van zittend
zittendhele werkwoord
Herkomst
zitten met de uitgang d
Woordfamilie van zittend
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zittends | woordvorm | zittend |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zittend zijn vastgelegd.