zitdag
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de dag dat de rechter aanwezig is bij een rechtszaak
- de dag dat een politicus beschikbaar is om te luisteren naar de persoonlijke verzoeken van burgers
- de dag van een veiling
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zitdagen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van zit ww en dag zn
Woordfamilie van zitdag
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zitdagen | meervoud | zitdag |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zitdag zijn vastgelegd.