zestien
hoofdtelwoord, zelfstandig naamwoord ˈzɛstinBetekenis
- natuurlijk getal tussen vijftien en zeventien, tien plus zes, in cijfers uitgeschreven als '16'
- dat wat in een (rang)ordening met 16 is aangeduid
- het gemarkeerde gebied tot ruim 16 meter voor elk doel
- groep van 16 eenheden
- 6 + 10, in Arabische cijfers 16, in Romeinse cijfers XVI.
Hoe spreek je zestien uit?
/ˈzɛstin/
Zestien bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| ɛ | bed |
| s | sok |
| t | tak |
| i | riet |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
hoofdtelwoord
- natuurlijk getal tussen vijftien en zeventien, tien plus zes, in cijfers uitgeschreven als "16"
Verbuiging en vervoeging (hoofdtelwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| 10 | |
| 10000 | |
| 16 | |
| XVI |
Herkomst
van Middelnederlands sestien, als telwoord voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240; samenstelling van zes ht en tien ht **zn [2]: (verkorting) voor zestienmetergebied
Woordfamilie van zestien
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zestiens | meervoud | zestien |
| zestientje | woordvorm | zestien |
| zestientjes | meervoud | zestien |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zestien zijn vastgelegd.