zesenveertig
hoofdtelwoord, zelfstandig naamwoord ˈzɛsəɱˌvertəxBetekenis
- '46', het getal tussen vijfenveertig en zevenenveertig, veertig plus zes
- dat wat in een (rang)ordening met 46 is aangeduid
- groep van 46 eenheden
Hoe spreek je zesenveertig uit?
/ˈzɛsəmˌvertəx/
Zesenveertig bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| ɛ | bed |
| s | sok |
| ə | de |
| m | maan |
| v | vis |
| e | veel |
| r | rood |
| t | tak |
| x | acht |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
hoofdtelwoord
- "46", het getal tussen vijfenveertig en zevenenveertig, veertig plus zes
Verbuiging en vervoeging (hoofdtelwoord)
Herkomst
samenstelling van zes ht en veertig ht met het invoegsel -en-
Woordfamilie van zesenveertig
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zesenveertigje | woordvorm | zesenveertig |
| zesenveertigjes | meervoud | zesenveertig |
| zesenveertigs | meervoud | zesenveertig |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zesenveertig zijn vastgelegd.