zelfzekerheid
zelfstandig naamwoordBetekenis
- (al te groot) zelfvertrouwen
- bestaanszekerheid
zelfstandig naamwoord
- zelfvertrouwen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zelfzekerheden | meervoud |
Herkomst
afgeleid van zelfzeker met het achtervoegsel -heid
Woordfamilie van zelfzekerheid
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zelfzekerheden | meervoud | zelfzekerheid |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zelfzekerheid zijn vastgelegd.