zelfkant
zelfstandig naamwoordBetekenis
- elk van de meestal versterkt geweven zijkanten van een weefsel in de lengterichting van het doek
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zelfkanten | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘buitenkant’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1573
Woordfamilie van zelfkant
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zelfkanten | meervoud | zelfkant |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zelfkant zijn vastgelegd.