zelfbouwer
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die zelf de leiding neemt bij de bouw van zijn huis
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zelfbouwers | meervoud |
Herkomst
samenstelling van zelf zn en bouwer zn
Woordfamilie van zelfbouwer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zelfbouwers | meervoud | zelfbouwer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zelfbouwer zijn vastgelegd.