zelfbewoning
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het zelf gaan wonen in de gekochte woning
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zelfbewoningen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van zelf en bewoning
Woordfamilie van zelfbewoning
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zelfbewoningen | meervoud | zelfbewoning |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zelfbewoning zijn vastgelegd.