zeedag
zelfstandig naamwoordBetekenis
- al dan niet aaneengesloten tijdvak van in totaal 24 uur, waarin een vissersvaartuig niet in een Nederlandse haven ligtKluwer, 1999
zelfstandig naamwoord — masculine
- al dan niet aaneengesloten tijdvak van in totaal 24 uur, waarin een vissersvaartuig niet in een Nederlandse haven ligt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zeedagen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van zee en dag
Woordfamilie van zeedag
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zeedagen | meervoud | zeedag |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zeedag zijn vastgelegd.