zaadgoed
zelfstandig naamwoordBetekenis
- zaden die men kan gebruiken voor het telen van cultuurgewassen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zaadgoederen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van zaad zn en goed zn
Woordfamilie van zaadgoed
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zaadgoederen | meervoud | zaadgoed |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zaadgoed zijn vastgelegd.