yoga
zelfstandig naamwoord, werkwoord /ˈjoxa/Betekenis
- het streven om door lichamelijke en geestelijke methoden van concentratie tot hogere bewustzijnstoestanden te geraken
- systeem van oefeningen om beheersing te verkrijgen over de geest en het lichaam, weliswaar afkomstig uit een bepaalde yogatraditie, de hathayoga, maar ook beoefend zonder geestelijk doel
- kind
Hoe spreek je yoga uit?
/ˈjoxa/
Yoga bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| j | ja |
| o | boot |
| x | acht |
| a | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van yogaën
- gebiedende wijs van yogaën
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van yogaën
Vervoeging van yoga
yogahele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Sanskriet, in de betekenis van ‘Indische mystiek’ voor het eerst aangetroffen in 1906