woudloper
zelfstandig naamwoordBetekenis
- Amerikaanse bonthandelaren
- Amerikaanse, zwervende jager
- iemand die door de bossen wandelt voor zijn plezier
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| woudlopers | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘rondzwervend jager (in de bossen van Noord-Amerika)’ voor het eerst aangetroffen in 1885
Woordfamilie van woudloper
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| woudlopers | meervoud | woudloper |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van woudloper zijn vastgelegd.