woon-zorgcentrum
zelfstandig naamwoord wonˈzɔrᵊxˌsɛntrʏmBetekenis
- geheel van voor ouderen bestemde afzonderlijke woningen en meer gezamenlijke huisvesting die zo op korte afstand van dezelfde dienst- en zorgverlening gebruik kunnen maken
- instelling die ouderen zowel huisvesting als zorg kan bieden
Hoe spreek je woon-zorgcentrum uit?
/wonˈzɔrəxˌsɛntrʏm/
Woon-zorgcentrum bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| o | boot |
| n | nek |
| z | zon |
| ɔ | bot |
| r | rood |
| ə | de |
| x | acht |
| s | sok |
| ɛ | bed |
| t | tak |
| ʏ | put |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| woon-zorgcentra | meervoud |
| woon-zorgcentrums | meervoud |
Herkomst
samenstelling van woon, zorg en centrum, waarbij wonen en zorgen gelijkwaardige onderdelen zijn
Woordfamilie van woon-zorgcentrum
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| woon-zorgcentra | meervoud | woon-zorgcentrum |
| woon-zorgcentrums | meervoud | woon-zorgcentrum |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van woon-zorgcentrum zijn vastgelegd.