woningruil
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het ruilen van een woning waarbij de beide partijen gaan verhuizen
- het ruilen van een woning tijdens de vakantie
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| woningruilen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van woning en ruil
Woordfamilie van woningruil
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| woningruilen | meervoud | woningruil |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van woningruil zijn vastgelegd.