woningnood
zelfstandig naamwoord /ˈwonɪŋnot/Betekenis
- een kwantitatief of kwalitatief tekort aan woonruimte
Hoe spreek je woningnood uit?
/ˈwonɪŋnot/
Woningnood bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| o | boot |
| n | nek |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| woningnoden | meervoud |
Herkomst
samenstelling van woning zn en nood zn
Woordfamilie van woningnood
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| woningnoden | meervoud | woningnood |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van woningnood zijn vastgelegd.