wolhaar
zelfstandig naamwoord ˈwɔlharBetekenis
- (schapen)haar waarvan wol gemaakt is; haar waarvan men wol kan maken
- dunne, zachte haren die zich onder de dekharen in een pels bevinden
Hoe spreek je wolhaar uit?
/ˈwɔlhar/
Wolhaar bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| ɔ | bot |
| l | land |
| h | hoed |
| a | maan |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- haar waarvan wol gemaakt is; haar waarvan men wol kan maken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [2] wolharen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van wol zn en haar zn
Woordfamilie van wolhaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| wolharen | meervoud | wolhaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wolhaar zijn vastgelegd.