witz
zelfstandig naamwoordBetekenis
- grappige opmerking
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| witzen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘grap’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1840
Woordfamilie van witz
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| witzen | meervoud | witz |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van witz zijn vastgelegd.