wintersporter
zelfstandig naamwoordBetekenis
- beoefenaar van een wintersport zoals schaatsen, skiën en ijshockey
zelfstandig naamwoord — masculine
- beoefenaar van een typische wintersport zoals schaatsen, skiën of ijshockey person
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| wintersporters | meervoud |
Herkomst
afleiding van wintersport met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van wintersporter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| wintersporters | meervoud | wintersporter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wintersporter zijn vastgelegd.