werkkracht
zelfstandig naamwoord /ˈʋɛrkrɑxt/Betekenis
- een persoon die gewoonlijk tegen betaling werk verricht
- het vermogen om te werken
Hoe spreek je werkkracht uit?
/ˈwɛrkrɑxt/
Werkkracht bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| k | kat |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| werkkrachten | enkelvoud |
| werkkrachtje | verkleinwoord, eerste persoon |
| werkkrachtjes | verkleinwoord, enkelvoud |
Herkomst
samenstelling van werk zn en kracht zn
Woordfamilie van werkkracht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| werkkrachten | enkelvoud | werkkracht |
| werkkrachtje | verkleinwoord, 1e persoon | werkkracht |
| werkkrachtjes | verkleinwoord | werkkracht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van werkkracht zijn vastgelegd.