welbespraakt
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- met goede vermogens zich sprekend uit te drukken
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| welbespraakte | verbogen, stellende trap |
| welbespraakter | onverbogen, vergrotende trap |
| welbespraaktere | verbogen, vergrotende trap |
| welbespraakters | partitief, vergrotende trap |
| welbespraakts | partitief, stellende trap |
| welbespraaktst | onverbogen, overtreffende trap |
| welbespraaktste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
samenstelling van wel en bespraakt
Woordfamilie van welbespraakt
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| welbespraakte | verbogen vorm | welbespraakt |
| welbespraakter | vergrotende trap | welbespraakt |
| welbespraaktere | verbogen vergrotende trap | welbespraakt |
| welbespraakters | partitieve vergrotende trap | welbespraakt |
| welbespraakts | partitive, positive | welbespraakt |
| welbespraaktst | uninflected, superlative | welbespraakt |
| welbespraaktste | inflected, superlative | welbespraakt |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van welbespraakt zijn vastgelegd.