wederrechtelijk
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- in strijd met het recht
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| wederrechtelijke | verbogen, stellende trap |
| wederrechtelijker | onverbogen, vergrotende trap |
| wederrechtelijkere | verbogen, vergrotende trap |
| wederrechtelijkers | partitief, vergrotende trap |
| wederrechtelijks | partitief, stellende trap |
| wederrechtelijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| wederrechtelijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘onrechtmatig’ voor het eerst aangetroffen in 1596
Woordfamilie van wederrechtelijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| wederrechtelijke | verbogen vorm | wederrechtelijk |
| wederrechtelijker | vergrotende trap | wederrechtelijk |
| wederrechtelijkere | verbogen vergrotende trap | wederrechtelijk |
| wederrechtelijkers | partitieve vergrotende trap | wederrechtelijk |
| wederrechtelijks | partitive, positive | wederrechtelijk |
| wederrechtelijkst | uninflected, superlative | wederrechtelijk |
| wederrechtelijkste | inflected, superlative | wederrechtelijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wederrechtelijk zijn vastgelegd.