wasboom
zelfstandig naamwoord ˈwɑzbomBetekenis
- een positieve vorm van was die men gebruikt in een gietproces
- bodem van een wasbrood
- Amerikaanse heester
Hoe spreek je wasboom uit?
/ˈwɑzbom/
Wasboom bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| ɑ | bad |
| z | zon |
| b | bak |
| o | boot |
| m | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- benaming voor een bepaald soort Amerikaanse heester, Morella pensylvanica
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| wasbomen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van was zn en boom zn
Woordfamilie van wasboom
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| wasbomen | meervoud | wasboom |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wasboom zijn vastgelegd.