vrolijk
bijvoeglijk naamwoord ˈvroləkBetekenis
- in goede stemming
Hoe spreek je vrolijk uit?
/ˈvrolək/
Vrolijk bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| r | rood |
| o | boot |
| l | land |
| ə | de |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
bijvoeglijk naamwoord
- in een opgewekte stemming; blijheid oproepend of uitstralend
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vrolijke | verbogen, stellende trap |
| vrolijker | onverbogen, vergrotende trap |
| vrolijkere | verbogen, vergrotende trap |
| vrolijkers | partitief, vergrotende trap |
| vrolijks | partitief, stellende trap |
| vrolijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| vrolijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
erfwoord via Middelnederlands vrolijc van Oudnederlands froliko bw , in de betekenis van ‘blij’ aangetroffen vanaf 1200; ontwikkeld uit West-Germaans *frawalīkaz, afleiding van *frawa- ‘vrolijk, opgewekt’ (waaruit Middelnederlands vro / vroe), bij Indo-Europees *prou-o- ‘levendig, beweeglijk’ bij de wortel *préu- ‘springen’, waarbij behoren Sanskriet प्रवते (pravatē) "springt op, ijlt" en Russisch прыг (pryg) "sprong", пры́гать (prýgat) "springen, huppelen"; cognaat met Duits fröhlich bn en Engels frolic zn "plezier, lolletje"
Woordfamilie van vrolijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vrolijker | vergrotende trap | vrolijk |
| vrolijkere | verbogen vergrotende trap | vrolijk |
| vrolijkers | partitieve vergrotende trap | vrolijk |
| vrolijks | partitive, positive | vrolijk |
| vrolijkst | uninflected, superlative | vrolijk |
| vrolijkste | inflected, superlative | vrolijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vrolijk zijn vastgelegd.