vrijval
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- het weer ter beschikking komen van gelden die ergens vast stonden of voor een bepaald doel gereserveerd waren
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vrijvallen
Vervoeging van vrijval
vrijvalhele werkwoord
Herkomst
samenstelling van vrij zn en val zn