vrijdom
zelfstandig naamwoordBetekenis
- 1 het vrijgesteld zijn van een plicht
- 2 vrijheid
zelfstandig naamwoord — masculine
- [1] het vrijgesteld zijn van een plicht
- [2] vrijheid
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vrijdommen | meervoud |
Herkomst
afleiding van vrij met het achtervoegsel -dom
Woordfamilie van vrijdom
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vrijdommen | meervoud | vrijdom |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vrijdom zijn vastgelegd.