vrijberoepsbeoefenaar
zelfstandig naamwoord ˌvrɛibəˈrupsbəˌʔufənarBetekenis
- iemand die als zelfstandige in een bepaald vak diensten verleent
Hoe spreek je vrijberoepsbeoefenaar uit?
/ˌvrɛibəˈrupsbəˌufənar/
Vrijberoepsbeoefenaar bestaat uit zeven lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| r | rood |
| ɛi | trein |
| b | bak |
| ə | de |
| u | boek |
| p | pak |
| s | sok |
| f | fiets |
| n | nek |
| a | maan |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vrijberoepsbeoefenaars | meervoud |
| vrijberoepsbeoefenaren | meervoud |
Herkomst
samenstelling van vrij beroep zn en beoefenaar zn met het invoegsel -s-
Woordfamilie van vrijberoepsbeoefenaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vrijberoepsbeoefenaars | meervoud | vrijberoepsbeoefenaar |
| vrijberoepsbeoefenaren | meervoud | vrijberoepsbeoefenaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vrijberoepsbeoefenaar zijn vastgelegd.