voorzienigheid
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de almachtige kracht van een god die zorgt dat alles gebeurt zoals het gebeurt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| voorzienigheden | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘het tevoren beschikken’ voor het eerst aangetroffen in 1287
Woordfamilie van voorzienigheid
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| voorzienigheden | meervoud | voorzienigheid |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voorzienigheid zijn vastgelegd.