voogdij
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het plaatsvervangend uitoefenen van de ouderlijke macht
zelfstandig naamwoord
- familierechtelijke situatie waarbij door wet, rechter of bij testament de zorg voor de belangen van een minderjarige of verlengd minderjarige, het beheer van zijn vermogen en de vertegenwoordiging in rechtszaken wordt toevertrouwd aan een ander dan zijn ouder.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| voogdijen | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘gezagsfunctie van voogd’ voor het eerst aangetroffen in 1252.
Woordfamilie van voogdij
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| voogdijen | meervoud | voogdij |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voogdij zijn vastgelegd.