volzet
bijvoeglijk naamwoord, werkwoordBetekenis
- vol, volledig bezet, uitverkocht, volgeboekt
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| volzets | partitief, stellende trap |
| volzette | verbogen, stellende trap |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van volzetten
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van volzetten
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van volzetten
Vervoeging van volzet
volzethele werkwoord
Herkomst
samenstelling van vol en zet
Woordfamilie van volzet
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| volzets | partitive, positive | volzet |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van volzet zijn vastgelegd.