vmbo
zelfstandig naamwoord ˌvejɛmbeˈoBetekenis
- (Nederland) vorm van voortgezet onderwijs die leerlingen voorbereid op het beroepsonderwijs of een opleiding in de praktijk en die in de plaats is gekomen van mavo, vbo en vso
Hoe spreek je vmbo uit?
/ˌvejɛmbeˈo/
Vmbo bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| e | veel |
| j | ja |
| ɛ | bed |
| m | maan |
| b | bak |
| o | boot |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- vorm van voortgezet onderwijs die leerlingen voorbereid op het beroepsonderwijs of een opleiding in de praktijk en die in de plaats is gekomen van mavo, vbo en vso
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vmbo's | meervoud |
Herkomst
(initiaalwoord) voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs
Woordfamilie van vmbo
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vmbo's | meervoud | vmbo |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vmbo zijn vastgelegd.