vliegticket
zelfstandig naamwoord ˈvlixtɪkətBetekenis
- vervoerbewijs dat een passagier recht geeft op vervoer per vliegtuig naar de bestemming die men geboekt heeft
Hoe spreek je vliegticket uit?
/ˈvlixtɪkət/
Vliegticket bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| l | land |
| i | riet |
| x | acht |
| t | tak |
| ɪ | pit |
| k | kat |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vliegtickets | meervoud |
Herkomst
samenstelling van vlieg ww en ticket zn
Woordfamilie van vliegticket
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vliegtickets | meervoud | vliegticket |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vliegticket zijn vastgelegd.