visstick
zelfstandig naamwoord ˈvɪstɪkBetekenis
- rechthoekig staafje gefileerde, gepaneerde vis in (1,5 x 3 x 9 cm) geschikt om te bakken of te frituren
Hoe spreek je visstick uit?
/ˈvɪstɪk/
Visstick bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ɪ | pit |
| s | sok |
| t | tak |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vissticks | meervoud |
Herkomst
Ontleend aan Amerikaans Engels fish stick, als benaming voor een visproduct dat door het Amerikaanse voedingsbedrijf General_Foods op 22 november 1955 gepatenteerd werd.
Woordfamilie van visstick
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vissticks | meervoud | visstick |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van visstick zijn vastgelegd.