visserij
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het vangen van vis of andere organismen (weekdieren, schaaldieren, schelpdieren, zoogdieren, algen, zeewier) uit het water, al of niet als broodwinning
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| visserijen | meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van vissen met het achtervoegsel -erij of afgeleid van visser met het achtervoegsel -ij
Woordfamilie van visserij
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| visserijen | meervoud | visserij |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van visserij zijn vastgelegd.